Haaksbergen
Bomen & Struiken
dinsdag30jan2018

Winterbloeiende struiken

In de winter ziet de natuur er doods uit, het is een rustperiode. Toch zijn er struiken die in de winter hun bloesems vertonen. De vorst doet ze snel verschrompelen, maar met de zachte winters die we, misschien door de klimaatverandering, nu regelmatig meemaken, zijn die winterbloeiers wat meer in de belangstelling gekomen. Het merendeel is afkomstig uit het buitenland, maar hebben toch een plaats veroverd in de Nederlandse tuinen. Hieronder volgen er enkele.

 

1. Meloenboompje

De Latijnse naam Chimonanthus praecox staat voor een struik die uit China afkomstig is. Een Nederlandse naam heeft hij ook en wel een zeer toepasselijke, namelijk Winterzoet, want het is een winterbloeier en de bloemen ruiken heerlijk. Hij hoort tot de familie van de specerijkruidfamilie of Calycanthaceae. Een andere naam is Meloenboompje. Misschien vanwege de geur.
Jaren geleden kocht ik deze struik nadat ik er een lyrisch verhaal van Romke van der Kaa over gelezen had. Hij mat toen 75 cm en die hoogte heeft hij jaren gehouden omdat hij onder een berkenboom stond. Ik heb hem toen een andere plaats gegeven en daarvoor werd ik beloond. Twee jaar later gaf hij twee bloemen. Nu is hij uitgegroeid tot een hoogte van twee meter met drie gesteltakken, waaraan talrijke zijtakken en takjes ontspruiten. Daaraan zitten nu honderden knoppen, waarvan er elke dag enkele opengaan. Vorig jaar sneed ik er een paar af om ze binnen op een vaasje te zetten en toen ontdekte ik dat het hout een heerlijke, kruidachtige geur afgeeft, heel anders dan de bloemen. In het voorjaar verschijnen de vrij grote, ovale, perkamentachtige bladeren, die in de herfst tamelijk lang blijven zitten. Ik heb ze er nu afgehaald want bloei op het blote hout vind ik het mooist.

Chimonanthus preacox

Chimonanthus preacox

 

 

 

 

 

2. Gaspeldoorn

Een andere winterbloeier, die vanwege de tot op heden zachte winters beter herfstbloeier genoemd kan worden is de Gaspeldoorn (Ulex europaeus). Die voelt zich thuis op de schrale, enigszins zure zandgronden en je treft hem hier in Twente nogal eens aan. Als je naar Hengelo fietst en je bent halverwege tussen Beckum en Oele vind je hem links van het fietspad. Langs de snelweg A12, tussen Arnhem en de afslag Ede staat hij massaal in de berm. En, ik zou het bijna vergeten, in de heemtuin staat er ook een.

Ulex europaeusDe struik bezit grote gemene stekels dus zonder handschoenen niet aan te pakken. De gele vlinderbloemen blijven meestal geloken, maar in het voorjaar komen er toch peulen aan, net als bij de brem. Het jaar erop heb je minstens tien jonge exemplaren. ’s Winters vriest de struik wel in, maar hij is niet kapot te krijgen. Als je hem snoeit, en dat kan zonder problemen met de heggeschaar, krijg je een mooie, dichte en ondoordringbare haag.

 

3. Winterjasmijn

Dat de winterjasmijn (Jasminum nudiflorum) al jarenlang in de Nederlandse tuinen groeit en in deze tijd bloeit hebben we te danken aan de plantenjager Ernest Wilson, die de struik vanuit China naar Engeland bracht. Vandaar veroverde hij de wereld, want hij is winterhard en, zoals de naam al aangeeft, hij bloeit ’s winters, om precies te zijn van december tot half maart. Als het vriest staat de bloei stil en de gele bloemen verflensen. Wordt het weer zachter dan gaat de struik gewoon verder met bloeien.Jasminum nudiflorum

In het voorjaar komen de kleine blaadjes tevoorschijn. De bloei is inmiddels gestopt. Dan is het ook tijd om de struik, als die tegen een muur groeit, te snoeien. Ook bij deze struik kan dat gewoon met de heggeschaar. Jasminum nudiflorum
De twijgen hebben de neiging naar beneden te groeien en, als ze op de grond komen, zich af te leggen. In voorjaar en zomer vormt de struik nieuwe knoppen. Snoei je in de zomer dan zul je geen of weinig bloemen aantreffen in de eropvolgende winter. Met zijn vrolijk gele bloemen tussen de groenblijvende twijgen is dit een aanrader voor grauwe, sombere winterdagen.

 

3. Toverhazelaar

Hamamelis mollisDeze struik komt oorspronkelijk uit Japan. Japan kent ook strenge winters en dus was de gedachte dat deze struiken het ook in Nederland wel zouden doen. Die gedachte bleek juist. Het bijzondere van de Hamamelis mollis ‒ de wetenschappelijke naam ‒ is dat de bloemblaadjes lintvormig zijn.Na de bloei blijft het vruchtbeginsel het hele jaar aan de takken zitten.
Dat heeft, althans in mijn tuin, nooit tot nakomelingen geleid dus misschien zijn de zaden wel onvruchtbaar, want voor vruchtbaar zaad heb je twee struiken nodig die geen klonen of stekken zijn.
Er bestaan diverse soorten Hamamelis en door deze onderling te kruisen zijn er tamelijk wat variëteiten gekweekt, onder andere een met bruin-oranje bloeiwijze die ‘Diane’ heet.
Na de bloei komt het blad dat tamelijk groot en grof is en wel wat lijkt op dat van de Hazelaar. Vandaar de Nederlandse naam. De struik groeit breed, trechtervormig uit dus als je deze in de tuin wil: geef hem de ruimte.

 

5. Viburnum bodnantense ‘Dawn’

Viburnum bodnantense ‘Dawn’

De Nederlandse naam is Sneeuwbal, een volkomen onterechte naam, want de heerlijk ruikende bloempjes in kleine, half bolvormige bloeiwijze zijn roze van kleur. Sneeuw is toch meestal wit van kleur en een bal is rond en niet half bolvormig.
Maar dat maakt het struikje niet minder mooi. De bloei begint soms al in de herfst.
Het blad verschijnt in het voorjaar en is diep generfd, evenals andere soorten van het geslacht Viburnum. Soms gaat de bloei zo lang door dat het blad al gaat uitlopen. Deze Viburnum is bescheiden van omvang en past goed in de meeste, wat kleinere tuinen. De geur van de bloemen is heerlijk, zoals van alle winterbloeiers.

 

6. Mahonie

Deze mahoniesoort is afkomstig uit Taiwan, een eiland voor de kust van China. Hij bloeit spectaculairder dan onze inheemse Mahonie, die ook pas in het voorjaar bloeit. Zelfs op zachte winterdagen die, zoals nu in eind januari, al een beetje een lentegevoel geven, zijn de bloemen al op enige afstand te ruiken. Mahonia x media ‘Buckland’Er is veel gekweekt met deze soort, dus of dit nu Mahonia japonica, M. lomariifolia of een kruising van beide is ‒ wat ik denk ‒ dan is de officiële naam M.x media ‘Buckland’.
Het is een populaire struik, ondanks het stekelige blad en hij is nogal eens in tuinen en parken aangeplant.

 

7. Gele kornoelje

Cornus masGeen mooiere struik dan een die bloeit voor het blad, op het blote hout, zoals de uitdrukking luidt. Het is een sterke struik die maar langzaam groeit. Hier en daar zie ik wel vormen die op stam gekweekt of gesnoeid zijn. In de duinstreek groeit de struik voluit met een dichte, door elkaar groeiende takkenmassa. Het is een struik die lang geleden is ingevoerd en ook verwilderd, dus we mogen hem wel tot de inheemse struiken rekenen. De wetenschappelijke naam is Cornus mas. Mas betekent mannelijk, maar waar dat op slaat? De bloemetjes zijn gewoon tweeslachtig: meeldraden en stamper zitten naast elkaar.
Cornus mas_besNa de bloei komt het blad en is de struik onopvallend. Dat verandert als de herfst komt want dan verschijnen de vruchten. Ze zijn erg zuur, maar er valt prima jam of compote van te maken. Er zit een grote pit in dus je hebt wel wat vruchten nodig. Ze vallen op de grond als ze rijp zijn, maar worden snel papperig, dus op tijd oprapen.

 

8. Albeliophyllum

Albeliophyllum distichum

Dit fraai bloeiende struikje komt uit Korea. De bloemen lijken qua vorm op de bekende, fel-geel bloeiende Chinese klokje of Forsythia. Het wordt daarom wel roze Forsythia genoemd. Toch geen familie, want een andere geslachtsnaam. Dat is de eerste naam van de volgende twee: Albeliophyllum distichum.
De bloei duurt maar kort, vooral als er late nachtvorst optreedt. Nu de winters zachter worden zullen ze ook wat vroeger bloeien. Zoals je weet duurt de winter tot 21 maart. Zo kun je toch een beetje smokkelen met winterbloeiers.

 

9. Hazelaar

Corylus avellana

Corylus avellana

 

 

 

 

Dit is een winterbloeier die hoort tot de buitencategorie, evenals de volgende. Het is een windbloeier en hier zien jullie het manlijk deel van de struik, de stuifmeelkatjes. De vrouwelijke bloempjes zijn minuskuul, maar wel opvallend rood gekleurd.
Wanneer ze zijn bestoven zullen hier in het najaar de hazelnoten tevoorschijn komen. De eekhoorn heeft ze meestal sneller ontdekt dan wij. Eekhoorns moeten ook de winter zien door te komen en wij kunnen de noten in de supermarkt kopen dus ieder zijn deel. O ja, heel officiëel heet de struik Corylus avellana. Deze winter bloeiden ze al in december.

 

10. Els

Alnus glutinosa

De els (Alnus glutinosa) is, net als de hazelaar, een katjesdrager. Hij bloeit wat later dan de vorige. Als de katjes jong zijn, zijn ze paars van kleur. Goed herkenbaar zijn de elzenproppen. Dat zijn de vrouwelijke bloeiwijzen van vorig jaar. Ze blijven vrij lang aan de takken zitten. De zaden zitten tussen de harde schubben van de proppen. Alnus glutinosaSijsjes en puttertjes zijn er dol op en in sommige jaren zie je ze heel vaak de elzen afstruinen. Kenmerkend zijn ook de wit gestippelde stammen.

 

© Wim Haenen

 

───────────────────────────────────────────────────
[^terug]