Grote bonte specht
Elke maand zetten we een plant of dier in de schijnwerper. Dit keer de Grote bonte specht!
Vanaf februari kun je de roffel horen van de Grote bonte specht. Het roffelen van spechten heeft dezelfde functie als het zingen van zangvogels: afbakening van het territorium en het lokken van soortgenoten. De roffels duren minder dan een seconde. Van februari tot begin mei wordt er het actiefst geroffeld, soms wel acht roffels per minuut. Zowel mannetjes als vrouwtjes roffelen. Hun roffels zijn met enige oefening goed uit elkaar te houden: de roffels van vrouwtjes zijn een fractie korter dan die van de mannetjes, wat goed te horen is als ze op elkaar reageren.
Om te roffelen zoeken de spechten een goede klankkast, meestal een dode tak die goed resoneert. In verstedelijkte gebieden kan het ook een nestkast, dakgoot of zelfs een lantaarnpaal zijn. Heel opvallend is ook de contactroep: een luid tjik! Bij groter alarm wordt dit een aantal malen herhaald en soms versneld tot een rauwe ratel.
Je herkent de Grote bonte specht aan een zwart-wit verenkleed en de rode “broek”. Het mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd. Deze ontbreekt bij het vrouwtje.