IVN Nuenen
Bijen
woensdag24feb2021

De grijze zandbij en een van haar parasieten

door Regina Oors

Vandaag zag ik in Nuenen al de eerste grijze zandbijen (Andrena vaga). Heerlijk om ze weer te zien! Als eerste verschijnen de mannetjes die op zoek gaan naar vrouwtjes. Zig zag vliegend of in cirkels of kruipend over de grond. Je kunt ze vinden met grote aantallen bij elkaar - dat heet aggregaties - in zanderige, niet te dicht begroeide zandbodems. Uit onderzoek is gebleken dat 99% van de verzamelde pollen van wilgen afkomstig zijn. Een juiste manier van knotten is dus cruciaal voor haar voortbestaan: zonder wilgen zal ook de grijze zandbij verdwijnen.

Grijze zandbij 1

Ik heb mijn melding van dit jaar op Instagram gezet. Het is toch altijd een feestje als de eerste beestjes weer verschijnen! Bijzonder was dat ik daarna een melding kreeg van een andere bijenliefhebber dat hij een vrouwtje had gezien dit jaar op 4 (!) februari. Hmmm... dat is wel érg uitzonderlijk. Daar moet dan toch iets mee aan de hand zijn. 

Gestylopiseerd

En dat was ook zo. Het bijtje was gestylopiseerd door een waaiervleugelig insect. Binnen de waaiervleugeligen (de Strepsiptera) worden bijen en wespen alleen geparasiteerd door de familie Stylopidae. Daarom wordt een bij of wesp die door een waaiervleugelig insect is geparasiteerd ‘gestylopiseerd’ genoemd. De Stylops is een parasiet: het voedt zich met een levende gastheer, die niet sterft aan de gevolgen daarvan. Alhoewel de gastheer niet sterft, gedraagt die zich anders. De bij vliegt weken vroeger uit. Kennelijk weet de gastheer het gedrag van de bij te beinvloeden. De parasiet heeft daar voordeel van, want de paring van de waaiervleugeligen vangt aan in de late winter. Op dat moment vliegt de zandbij nog niet. Een gestylopiseerde zandbij echter wel. Omdat waaiervleugelige mannetjes maar kort leven (slechts 3-4 uur) komen de mannetjes en vrouwtjes waaiervleugeligen toch op tijd bij elkaar om te paren en de voortplanting mogelijk te maken.

Waaiervleugeligen hebben een typisch uiterlijk. De mannetjes zijn maar enkele millimeters groot en hebben waaiervormige vleugels. Het vrouwtje is ongevleugeld, heeft geen ogen en poten en bevindt zich meestal tussen de tergieten van de gastheer. De vrouwtjes produceren honderden eieren. Die worden achtergelaten op een bloem zodat de uitgekomen larven kunnen meeliften met een foeragerende bij of wesp. De larve wordt meegenomen naar het nest van de bij of wesp waar ze het ei of de larve van de bij of wesp binnendringen.

Literatuur:

  • Peeters, T.M.J., H. Nieuwenhuijsen, J. Smit. F. van der Meer, I.P. Raemakers, W.R.B. Heitmans, C. van Achterberg, M. Kwak, A.J. Loonstra, J. De Rond, M. Roos & M. Reemer 2012. - De Nederlandse bijen (Hymenoptera: Apidae s.l.( - Natuur van Nederland II, Naturalis Biodiversity Center en EIS Kenniscentrum insecten, Leiden.
  • Peeters T.M.J., C. van Achterberg, W.R.B. Heitmans, W.F. Klein, V. Lefeber, A.J. van Loon, A.A. Mabelis, H. Nieuwenhuijsen, M. Reemer, J. de Rond, J. Smit, H.H.W. Velthuis, 2004 - De wespen en mieren van Nederland (Hymenoptera: Aculeata). Nederlandse Fauna 6. Naturalis Biodiversity Center & EIS-Nederland, Leiden, 544 p.