IVN Nuenen
Vogels
maandag21dec2020

Gefladder: Boerenlandvogels

Roy van der Velden, coördinator van de Vogelwerkgroep, schrijft regelmatig een column over vogels.

Onlangs zat ik het rapport De Boerenlandvogelbalans te lezen. Ik moest meteen aan mijn jeugd denken, toen er in onze directe omgeving nog volop weidevogels aanwezig waren.  Als je een rondje rond het dorp fietste, stond je niet verbaasd te kijken als je op diverse plaatsen een grutto, wulp of patrijs tegenkwam. Hoe anders is dat nu…

De balans geeft aan dat sinds 1990 er ruim 70% minder boerenlandvogels zijn. De soorten die ik noemde, zijn uit onze streek vrijwel geheel verdwenen. De laatste wulp die ik hoorde op de Strabrechtse Heide heb ik in 2009 opgetekend. Patrijzen vind je bijna nergens meer. Er lopen er gelukkig nog wat rond bij de volkstuin van Kees Weijters en ook op Vaarle kom je er af en toe nog wel eentje tegen. En naar een grutto hoef je al helemaal niet meer op zoek te gaan. Die zijn er nog maar nauwelijks.

Gelukkig zijn er goede initiatieven om te proberen het landschap weer aantrekkelijker te maken voor weide- en boerenlandvogels. In Veldhoven is er bijvoorbeeld een vogelwerkgroep die samen met boeren in de omgeving afspraken maakt over het maaien van het grasland en het vogelvriendelijker inrichten van (in ieder geval stroken) weiland om vogels een betere kans te geven. Een prachtig initiatief, maar wel heel erg intensief. Het kost veel geduld en tijd om verbetering mogelijk te maken en er zijn maar weinig vogelaars, zeker als ze overdag ook nog een baan hebben, die daar de gelegenheid voor hebben. 

Hoe mooi dit soort initiatieven ook zijn, om de vogelstand weer terug te krijgen op het oude niveau van voor 1990, zijn vanuit de overheid veel ingrijpender maatregelen nodig. Wie de vogelwereld een beetje volgt, weet dat vrijwel alle vogelsoorten keihard achteruit gaan. De zomertortel bijvoorbeeld is in ons land zo goed als verdwenen. Het tij is voor boerenlandvogels alleen nog te keren als er drastische maatregelen worden genomen. Er is door wijze wetenschappers uitgerekend dat, om de natuur in Nederland te redden, minimaal 15% extra natuurgebied nodig is. En daarmee krijgen we nog steeds niet alles terug wat er ooit was, maar mogen we rekenen op een herstel van maximaal 60% van de soorten. Dat zou net het verschil kunnen maken of we hier in de buurt wel of geen patrijzen tegenkomen of weer grutto’s in ons landschap gaan zien.

Een van de grootste problemen daarbij is de wijze waarop de weilanden zijn ingericht. Het monotone raaigras, waarop boeren in het voorjaar het liefst ook nog glyfosaat kieperen, maakt het land zo eentonig en insecten- en bloemenarm dat herstel bijna onmogelijk is. En hoe zonde is dat? Wie wel eens naar Oostenrijk of Zwitserland gaat, ziet daar weides met wilde bloemen en volop insecten. Waarom kan dat in ons land niet ook? Natuurlijk, de opbrengst zal ietsje minder zijn, maar het zou wel de redding kunnen zijn voor al die prachtige boerenlandvogels die we nu steeds meer missen. Wie wil er nou niet tijdens een wandeling of fietstochtje het geroep van een wulp of grutto horen?

Daarom deze oproep aan alle agrariërs in onze omgeving: help de boerenlandvogels, verduurzaam, geef weidebloemen de ruimte en laat gif achterwege!

O ja, ik zou nog vertellen welke twee vogels in de vorige column voorbij kwamen in het gesprek bij de trektelling. De ‘tjup’ is van de vink. De ‘kiieeeeep’ van een van onze mooiste wintergasten, de keep. Die heb ik trouwens alweer in mijn tuin gezien. De winter is begonnen. Laat het maar weer eens ouderwets streng gaan vriezen!