IVN Nuenen
Vogels
dinsdag19jan2021

Gefladder: Naamsverwarring

Roy van der Velden, coördinator van de Vogelwerkgroep, schrijft regelmatig een column over vogels.

Het is nog steeds niet echt winter. Het blijft maar kwakkelen. De temperatuur is over het algemeen boven nul en het is al lang geleden dat het vriest dat het kraakt. Jammer voor de schaats- en sneeuwliefhebbers, maar de vogels zul je niet horen klagen. Die vinden tijdens een milde winter nou eenmaal veel makkelijker hun voedsel en vergroten daarmee hun kansen aanzienlijk om het nieuwe voorjaar te halen. 

Het is daarbij opvallend dat het juist twee vogels zijn die het koude seizoen in hun naam dragen die de grootste hekel aan barre winterse omstandigheden hebben. Ik heb het dan over de winterkoning en de ijsvogel. Beide zijn extreem gevoelig voor vorst, sneeuw en ijs. De populatie van deze vogels kan in een strenge winter met wel 70% afnemen. Na een strenge winter duurt het een aantal milde winters voordat de aantallen weer op een normaal niveau liggen. Maar als ze nou niet tegen de winter kunnen, waarom hebben die vogels dan winter en ijs in hun naam?

Winterkoning 03-2021De winterkoning zie je het meest in de tuin als het koud is. Het vogeltje probeert dan uit alle macht om tussen de gevallen blaadjes, die je natuurlijk hebt laten liggen in je tuin (niets zo erg voor een vogel als een opgeruimde tuin!), insectjes te zoeken. Aan zaadjes heeft het winterkoninkje niet zoveel. Daar overleeft het de winter niet op. Nee, insecten zijn er nodig. Je kunt daarom in de winter heel goed meelwormen tussen het vogelvoedsel strooien. Grote kans dat je dit kleine vogeltje met zijn eigenwijs omhoog piekende staartje dan op je voedertafel krijgt. 

Weet je trouwens waarom de winterkoning de naam koning in zijn naam draagt? Die schijnt ie verdiend te hebben, zo gaat het verhaal, tijdens een wedstrijd hoogvliegen tussen alle vogelsoorten. Degene die het hoogste kon vliegen, zou de naam Koning krijgen. Alle vogels deden mee. De struisvogel, emoe en kiwi verloren vanzelfsprekend kansloos, omdat zij niet eens van de grond kwamen. De veldleeuwerik was zo overtuigd dat hij zou winnen dat hij luid kwinkelerend omhoog vloog. Al snel kwam het zingen hem duur te staan en moest hij zich laten afglijden naar de grond. De steenarend was er ook vast van overtuigd dat hij zou winnen. Het winterkoninkje was echter slim. Die wist dat de steenarend de grootste kans maakte. Vlak voor de start kroop hij daarom op de rug van de steenarend en verstopte zich tussen de veren. De steenarend vloog hoger en hoger tot ie niet meer kon en buiten adem was. En toen het de steenarend zwart voor de ogen werd, klom de winterkoning tussen de veren uit en vloog luid zingend nog net een paar meter hoger. En daarmee verdiende het kleine vogeltje zijn naam, Winterkoning.  

Tja, en dan de ijsvogel. Die kan helemaal niet tegen ijs. Als het vriest is dat voor deze prachtige soort meteen code rood.  Als het vriest komt er ijs op het water en daardoor kan de ijsvogel niet meer bij zijn voedsel. Als het water is dichtgevroren kan een ijsvogel wel een mooie snelle duik willen maken naar een visje, maar dat levert hem dan waarschijnlijk alleen koppijn en een kromme snavel op. En als de ijsvogel niet bij zijn voedsel kan, is het snel afgelopen. Het maken van een paar wakken in net ijs op plaatsen waar de ijsvogel voorkomt, kan dan wellicht helpen, al is dat niet zeker. 

Kortom, de namen winterkoning en ijsvogel zijn verwarrend en misschien wel feitelijk onjuist. Ik stel daarom naamsveranderingen voor. De winterkoning zingt het hardste in het voorjaar en noemen we daarom vanaf nu wat mij betreft Lentekoning. De ijsvogel kan niet tegen ijs en heeft vis als voedsel nodig. Laten we die daarom dan Blauwe Visvogel noemen. Dat schept tenminste duidelijkheid, of niet soms?