Japanse duizendknoop - Polygonum cuspidatum (= Fallopia = Reynoutria japonica); Sachalinse duizendknoop - Polygonum (= Reynoutria) sachalinense; Afghaanse duizendknoop - Polygonum polystachyum

Afghaanse duizendknoop (Polygonum polystachyum)

Het geslacht van deze exotische Duizendknopen hoort thuis in de meer omvattende Duizendknoopfamilie.

Bloei

In juli of augustus komen deze grove en zeer hoge planten tot bloei. De Sachalinse vaak niet.

Leefplek

Alle drie soorten zijn medio 19e eeuw als tuinplanten en voor veevoer ingevoerd. De Japanse en Afghaanse zijn explosief verwilderd en hebben daar alle inheemse flora overwoekerd. De nog grovere Sachalinse is nog het meest bescheiden. Alle soorten vochtige voedselrijke grond en standplaats blijken passend te zijn. Tuin, spoordijk, ruderaal, bosrand, slootrand, rivieroever.

Areaal

Uit exotische landen afkomstig en als onkruid ingeburgerd en tot hinderlijke invasieve exoten uitgegroeid. Er wordt nu naar biologische bestrijders gezocht.

Naam

De duizend knopen zijn wel wat minder maar er zijn in de stengels zeker veel ("poly") knopen of knieën ("gonu"). Het breed eirond blad is toegespitst ("cuspidatum") en de "polystachyum" vorm heeft "veel aren".

Kenmerk

Wortelstokken die onuitroeibaar zijn en holle stengels die metershoog worden en jaarlijks geheel afsterven. De Japanse Duizendknoop heeft grote driehoekig hartvormige en gepunte bladeren. Vaak ook zijn de bladeren aan de basis recht afgesneden. Bij de Sachalinse Duizendknoop is alles nog groter uitgevoerd.
De witte bloempluimen bestaan uit veel bloemdekken met vleugels. De bloemen zijn 3-6 delig. De 3 vleugels worden groter aan de vrucht en omvatten een driekantig zwart nootje. Het zijn met hun nectar goede drachtplanten voor bijen. Bij de Afghaanse Duizendknoop zijn de bladeren meer langwerpig en driehoekig en is de bloemenpluim groot en los.

Voor een lijst van alle tot nu toe verschenen plantbeschrijvingen:
overzicht Nederlandse namen
overzicht Latijnse namen

Afghaanse duizendknoop (Polygonum polystachyum)