Valkenswaard-Waalre
Vogels
zaterdag20feb2021

Vogels dichtbij: Appelvink

Hawfinch, Coccothraustes coccothraustes (Linnaeus 1758)

De Appelvink is de krachtpatser uit de vinkenfamilie, bovengemiddeld qua formaat met een erg sterke snavel. Met zijn snavel kan een drukkracht van 50 kilogram uitgeoefend worden. Een kersenpit wordt zo moeiteloos gekraakt. Nederlandse bijnamen zijn niet voor niks: kersenbijter, kersenvink of dikbek.
Om meer grip te krijgen op zulke pitten is de bek aan de binnenkant voorzien van ‘dwarsstreepjes’.

Uiterlijke kenmerken

Met een lengte van 16,5-18 cm en een gewicht van 46 tot 70 gram is het een grote vink, vergelijkbaar met een Spreeuw.
Uiterlijk: de Appelvink heeft een zeer krachtige opvallend dikke en hoge kegelvormige snavel; diepe ronde neusgaten die zijn bedekt met korte veren; een grote kop, dikke hals en een korte staart. Het verenkleed is meest roest- en beigebruin met zwarte, witte en grijze versieringen.
De snavel is in de zomer grijszwart met blauwgrijze basis. In de winter ivoorwit of licht geelbruin. De vleugels zijn glanzend blauwzwart, binnenste handpennen hebben haakvormige uiteinden. Man en vrouw zijn gelijk maar de man heeft geheel zwarte slagpennen en het vrouwtje heeft asgrijze delen op de armpennen. Daarnaast zijn wijfjes duidelijk minder contrastrijk dan mannen: vooral kop, rug en borst zijn valer en minder ‘warm’ van kleur. Het uiteinde van de armvleugels is opmerkelijk breed en naar buiten gebogen (buitenvlag) en gekerfd (binnenvlag). In de vlucht zie je een brede witte vleugelstreep op de handpennen. De korte staart heeft een witte eindband. Bij juveniel is de borst grijsgeel en de buik bedekt met grove donkere vlekken. Een jong mannetje onderscheidt zich van een jong vrouwtje door het zwart rond de snavel en de donkerder onderdelen. De enige vogel waar de Appelvink mogelijk mee verward zou kunnen worden is de Pestvogel. Laatstgenoemde is slechts beperkt aanwezig, in de winter, in Nederland.

Zang

De zang wordt zelden gehoord. Er wordt geen territorium mee afgebakend, maar is vooral van belang voor de band tussen man en vrouw. Die zang bestaat uit aan elkaar geregen zachte roepjes en rollertjes en is van begin maart tot begin mei te horen. De soort is schuw en waakzaam en brengt het grootste deel van de tijd hoog in grote bomen door. Dit verborgen gedrag en zijn onopvallende geluid maken de Appelvink vrij moeilijk waarneembaar. De alarmroep valt het meest op: een kort explosief ptik. De vlucht- en contactroep is een zacht en licht dalend siiiiiu.

man appelvinkFoto 2. Adult mannetje.

Voorkomen

De verspreiding van Appelvinken valt grotendeels samen met die van grotere bossen. In Noord-Brabant is de soort relatief schaars. De hoogste dichtheden worden gehaald in gevarieerd oud loofbos of gemengd bos zoals in Twente, de Achterhoek, delen van de Veluwe en Limburg. De verspreiding werd sinds ongeveer 1975 veel ruimer. Zowel op de hoge gronden als, in Laag-Nederland. Flevoland kende zelfs tijdelijk misschien wel de hoogste dichtheden van ons land. De landelijke aantallen zijn gegroeid tot ongeveer 1995 en daarna werd het stabieler. In sommige lang bezette kerngebieden namen de aantallen echter af.

appelvink balts en nestplaatsenLinks: Tekening 1. Balts van de Appelvink uit Handbuch der Vögel Mitteleuropas. Band 14/2, pagina 1216.
Rechts: Tekening 2. Spreiding van nesten van Appelvinken in het bos van Bialowieza en op welke plek (in procenten). Handbuch der Vögel Mitteleuropas. Band 14/2, pagina 1209.

Broedtijd

Appelvinken vertonen in de paartijd typisch baltsgedrag. Zie tekening 1.
Ze maken een bekervormig nest. Een nest kan in het nog bladerloze bos soms vrij opvallend zijn. Een slordig komvormig nest op duivenplatformpje, veelal hoog in boom, doorgaans op een hoogte van 5 m of hoger. Soms echter nog geen 2 meter in een struik, in de vork van een tak of oksel van zijtak aan de stam. Vooral rijk loofbos en gemengd bos soms naaldbos. Zie voorbeeld in tekening 2.

appelvink vrouw en nestLinks: Foto 3. Adult vrouwtje.
Rechts: Foto 4. Nest met eieren.

Ei-leg is van half april tot begin juni, soms tot begin juli. Eén broedsel per jaar, meestal 3-6 gespikkelde eieren, broedduur 11-13 dagen. De jongen blijven een periode van 11-13 dagen in het nest. Daarna nog maximaal twee weken in de omgeving van het nest. De vogels zijn tijdens het broeden extreem stil. De jongen zijn op een leeftijd van 16-19 dagen volledig vliegvlug. Er is een vocale opleving na het uitvliegen van de jongen door drukke, luidruchtige, bedel roepjes.

appelvink juvenielFoto 5. Appelvink juveniel.

De stand kan jaarlijks sterk fluctueren, met name in gemengd bos en naaldbos, afhankelijk van de zaadzetting. In goede jaren zie je clusters van broedparen rond een gunstig biotoop. De Staat van Instandhouding van de Appelvink als broedvogel in Nederland is gunstig.

appelvink broedvogeltrendGrafiek 1. Broedvogeltrend. Bron: SOVON.

Voeding en verblijf door het jaar heen

Het hoofdvoedsel bestaat (hele jaar door) uit de grotere vruchten van hoge bomen, zoals de gevleugelde nootjes van de iep, haagbeuk, beuk en esdoorn. In de winter vruchten van struiken zoals rozenbottel, haagdoorn en andere bessen. In de nawinter keren ze terug in de bossen voor de knoppen van eiken en andere bomen. Vroeg in de zomer eten ze ook veel rupsen en vangen ze grote kevers zoals de meikever in de vlucht. De jongen worden grootgebracht op een mengsel van zaden en insecten.

Nederlandse Appelvinken overwinteren in eigen land of trekken weg in zuidelijke richting. De doortrek van oostelijke vogels kan in sommige najaren aanzienlijk zijn, vooral in het zuidoosten van het land. De doortrek begint half september, is het sterkst tussen eind september en half oktober en dooft in november uit.
Op de trektelpost Patersgronden/Groote Heide zien we in het najaar vaak een of een paar Appelvinken meevliegen in een groep vinken. Behalve beluisteren van trekroepjes wordt ook gekeken naar de grootte en het silhouet van de vogel, zoals hierboven al beschreven is. Tijdens de winter concentreren veel Appelvinken zich in beweeglijke groepen op voedselrijke plekken. Niet zelden binnen stedelijke bebouwing bijv. bij Taxus struiken met veel bessen. Wonder boven wonder zijn veel vogels waaronder Appelvink níet gevoelig voor het gif in de voor mensen zwaar giftige Taxus-zaden. De voorjaarstrek vindt plaats tussen half februari en half april. Wintergroepen blijven tot begin maart bij elkaar.

vrouw appelvink winterkleed Adult vrouwtje in winterkleed.

In onze omgeving kun je de soort aantreffen in onder andere de Malpie, het Leenderbos en bij Valkenhorst.

Dus kijk en luister goed, het is zeker de moeite waard!

Maarten-Jan van den Braak, IVN Valkenswaard-Waalre

Met dank aan Frank Neijts, Toon ter Huurne en Wil de Veer voor de relevante feedback en toevoegingen.

Bronnen

  • Alle vogels van Europa, F. Jiguet en A. Audevard, 1e druk 2016 pag. 404.
  • ANWB Vogelgids van Europa, Lars Svensson. Zesde druk 2016, pag. 384–385.
  • Handbuch der Vögel Mitteleuropas Band 14/2, Urs N Glutz von Blotzheim en Kurt M Bauer pag. 1181-1228.
  • Finches, The New Naturalist, Ian Newton. 1978, pag. 61-64.
  • Site van de vogelbescherming, www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/appelvink.
  • SOVON Vogelatlas, 2018 Kosmos Uitgeverij, pag. 550 en 551.
  • Veldgids vogelzang, KNNV Uitgeverij, 1e druk 2017, pag. 259.
  • Veldgids vogeltrek, KNNV Uitgeverij, 1e druk 2019, pag. 252 en 253.
  • Handbook of Western Palearctic Birds, Shirihai & Svensson. Reprint 2019, Volume 2, pag. 459-461.
  • Tekening 1 en 2 uit Handbuch der Vögel, Band 14/2 pag. 1216 resp. 1209. 
  • SOVON Vogelatlas www.vogelatlas.nl/atlas/soorten/soort/17170.
  • Kopfoto en foto 5: Wil de Veer; foto 2, 3 en 6: Maarten-Jan van den Braak en foto 4: fotograaf onbekend.

Meer Vogels dichtbij